|
KIKILA-MAIL 3: Langs “De Rots” en de Costa del Sol.
Datum : 22-08 t/m 6-9-2005 Laatste positie: 37° 35’N 0° 59’W, Cartagena.
Na ons vertrek uit Cadiz hoppen we in twee dagen naar de Straat van Gibraltar.Met een prima wind en een rustige zee varen we de Straat in. Wel op de motor zonder zeil, want de Straat staat bekend om zijn plotseling opstekende wind.In de verte zien we hem al: De Rots. En inderdaad, meer is het ook niet. Al snel varen we de Baai van Gibraltar in, waar dolfijnen speelden in de boeggolf van een groot vrachtschip. Onze boeggolf laten ze links liggen. Zeker niet spectaculair genoeg. We hebben een ligplaats in de Queensway Marina, vlakbij Gibraltar Sta d.
Makkelijk voor de uitstapjes, maar het stadslawaai (scooters en kermis!) moet je dan ook voor lief nemen. We beklommen De Rots (eerlijk gezegd: we gaan omhoog met een kabelbaantje en liepen naar beneden) en bewonderen het uitzicht en de apen. Dat die wel van een ijsje houden ondervindt Anniek aan den lijve. Ze denkt dat Femke een beetje vervelend aan haar schouder trekt, maar het is een brutale aap, die van de verwarring gebruik maakt en haar ijsje pikt. Dat gestolen goed niet gedijt blijkt meteen, want het ijsje valt op de grond en een andere aap smikkelt het op. Anniek schrikt zo, dat ze er niet om kan lachen, maar wij wel. Even verderop wordt het nog leuker. Overal op de rots staan borden, waarop met grote letters de waarschuwing staat de apen niet te voederen en niet te aaien. Een groepje mensen dat kennelijk niet kan lezen heeft een aap in een hoekje gedreven, ingesloten en probeert het beest toch met snoepjes te paaien en aan te halen.
Ik raakt al verontwaardigd, totdat ik langs de auto van dit groepje loop, die iets verderop staat geparkeerd. In hun haast een aap te willen vangen zijn ze vergeten hun raampje dicht te doen. Twee andere apen hebben hun kans schoon gezien en klimmen in en uit met een aanzienlijke buit, zoals speelgoed, zonnebrillen en allerlei etenswaren. Ze zetten direct hun scherpe tanden erin en scheuren alles wat ze niet op kunnen eten aan flarden. Het groepje is zo druk met “hun” aap, dat ze niets in de gaten hebben. Pas nu begijp ik het: die slimme apen gebruiken één van hun soortgenoten als afleidingsmanoeuvre voor hun dievenstreken.
Gibraltar heeft een zeer Engelse sfeer met een Mediterraan tintje, dat ons, ondanks de drukte, goed bevalt. We kopen een keukentrapje om via onze hoge boegspriet aan boord te kunnen klauteren. Dit is kennelijk een vrij uniek schouwspel, waarnaar andere bootbezitters regelmatig komen kijken. Zij gaan namelijk via handige loopplanken aan boord.
Na Gibraltar varen we vol verwachting de Middellandse Zee op. Gek genoeg is deze niet veel anders dan de Atlantische Oceaan. Wel vinden we hem wat ondiep, wat voor de nodige paniek aan boord zorgt. Op een gegeven moment loopt de dieptemeter terug naar twee-en-een-halve meter, terwijl we twee meter diep steken. De kaart geeft echter rond de honderd meter aan. Zitten we plotseling op een ondiepte die niet op de kaart staat? We zwalken angstig wat heen en weer, gaan een stukje terug en weer verder uit de kust en komen dan tot de verlossende conclusie dat de dieptemeter stuk moet zijn. Later blijkt dat hij niet stuk is, maar bij vrij hevige golven de diepte niet goed kan bepalen en dan raar gaat doen. Nu we dat weten zijn we niet meer zo snel in paniek.
Zo varen we, meestal op de motor, langs de kustlijn van de Costa del Sol, die ons niet echt kan bekoren. Vele flats, hotels en appartementsgebouwen trekken aan ons oog voorbij en verder lijkt het ons nogal droog en dor. Heel veel “pensionadas” zijn het natuurlijk niet met ons eens. De ankerplaatsen vallen ook wat tegen. We komen erachter dat niet elke ankerplaats die in de Pilot wordt beschreven ook geschikt is om te overnachten. Dit hangt vooral van de beschutting die de ankerplaats biedt af en de windrichting, die, als hij uit de verkeerde hoek komt, een venijnige golfslag naar binnen doet rollen (de zogenaamde “swell”).
Af en toe vinden we een mooi plekje zoals Puerto Génoves, en af en toe overnachten we in een Marina. Na een behoorlijk lange nachttocht met flink wat wind stomen we in de ochtendschemer, samen met de volledige vissersvloot de baai van Cartagena binnen.
KIKILA-MAIL 4: Cartagena en nog een Costa: de Costa Blanca.
Datum: 12-9 t/m 17-9-2005 Laatste positie: 38° 30’N 0 °13’W, Villajoyosa.
Cartagena is tegenwoordig een grote commerciële – en vissershaven, en tevens thuishaven van de Marine, maar wel een haven met een oude historie. De haven werd al in 243 BC ontwikkeld door Hasdrubal en was in Europa een invloedrijk handelscentrum.Hannibal, de broer van Hasdrubal, gebruikte Cartagena als basis voor zijn expeditie over de Alpen. De stad herbergt nog veel oude plaatsen zoals een Romeins amfitheater.
Wij liggen langszij te dobberen aan de kade, in een rij met allemaal schepen met internationale vlaggen. De kade is voor iedereen toegankelijk. Dit heeft voor-en nadelen. Een voordeel is dat het een voetgangersgebied is met enkele restaurantjes. Fem en Anniek kunnen veilig van de boot af en eens lekker rondlopen of spelen op de speeltoestellen bij de eettentjes.
Een nadeel, althans voor ons, is de constante stroom mensen die over de boulevard paradeert, tot ’s avonds laat aan toe. Even verderop meert er iedere dag wel een groot cruiseschip af en spuugt een hele reeks vakantiegangers uit. Deze slenteren dan langs de boten aan de kade en kijken ongegeneerd naar binnen. Eén keer was het zelfs zo erg, dat ons middagmaal, dat wij lekker in het zonnetje in onze kuip zaten te nuttigen, het onderwerp was van een hevige discussie op de kade. Toen had ik wel graag even de gordijnen dicht willen doen, maar ja, die hebben we niet. Een andere keer kwam ik terugwandelen van de washokken en zie ik een mannelijke toerist op stoere wijze tegen de reling van onze Kikila hangen, terwijl zijn wederhelft een foto maakt. Daar wil hij zeker bij thuiskomst de blits mee maken bij zijn familie. De kade oefent ook een grote aantrekkingskracht uit op mensen uit de stad, die tot laat in de avond voorbij flaneren. Zo luisterde ik ongewild, toen ik ’s avonds laat in mijn bed lag, een gesprek af waarin ik regelmatig de naam Kikila hoorde. Verder had ik geen idee waar het over ging. Ik hoopte alleen maar dat ze snel door zouden lopen, want ik wilde slapen.
Enfin, we raakten eraan gewend om als openluchtmuseum te fungeren en bleven toch wel even in Cartagena. Het is best een charmante stad met enkele historische plekjes. Zo wist ik de meiden een mooi kerkje in te lokken, liepen we over de oude muren, bewonderden we het uitzicht vanaf een oude burcht op een heuvel en bekeken we de overblijfselen van het Romeinse amfitheater.
Dan wordt het tijd om de trossen los te gooien en varen we met een tussenstop naar Villajoyosa. Onderweg loopt de wind op tot 30 knopen en blijkt dat de kluiver niet werkt. Maar tijdens de tussenstop is dat euvel snel verholpen.
In Puerto Villajoyosa stuurt Peter, op aanwijzingen van de havenmeester, de boot met veel bravoure in een plekje tussen twee grote motorboten. Ik denk dat het echt niet past en zweet peentjes, niet alleen door de zinderende middaghitte. We melden ons bij een zeer ongeïnteresseerde administratieve dame, die ons in die hitte drie keer heen en weer laat lopen, omdat ze wat “vergeten” is. We zijn moe en laten het gelaten over ons heen komen. Later ontmoeten we een Zweeds echtpaar, dat dezelfde behandeling onderging. De mannelijke helft is daar ter plekke ontploft, wat bij de kantoordame een klein sprankje interesse gewekt schijnt te hebben. En ik dacht dat Zweden altijd zo koel waren.
KIKILA-MAIL 5: Eindelijk weg van die Costa’s: van Villajoyosa naar de Balearen.
Datum: 18-9 t/m 23-9-2005 Laatste positie: 38° 44’.1N 1 °25’.2E, Puerto de Sabine, Formentera
Villajoyosa houdt ons in zijn greep met onweersbuien en regen. Volgens onze altijd zorgelijk kijkende Zweedse buurman is het niet verstandig om nu te vertrekken. Hij wil eigenlijk wel, maar zijn vrouw absoluut niet. Na twee griezelige onweersbuien op zee meegemaakt te hebben wacht ze liever in de veilige marina totdat ze zijn overgetrokken. Al zuchtend sloft de Zweed weg, “decisions, decisions”, mompelend.
Villajoyosa is een prachtige naam voor een stadje, maar er valt weinig te beleven. De kinderen denken daar anders over, want er zijn mooie stranden met speeltoestellen. Ik stuur hen er regelmatig met hun vader naar toe en ze worden nu echt bruin. Als er een heuse regenbui valt, loop ik lekker langs de vloedlijn. Ik vind dit weertype wel verfrissend. Na een paar dagen kunnen we dan eindelijk vertrekken. Eerst vertrekken de Zweden, dan wij. Dat hadden we gedacht! Als we achter uit ons plekje willen steken, stuurt de boot niet en botsen we eerst tegen de ene en dan tegen de andere motorboot op. Vervolgens slaat de motor af. Peter start nog een keer, maar nee hoor. Verschrikt kijken we elkaar aan. De motor heeft het toch niet begeven, net nu we eindelijk richting Balearen willen varen? Gelukkig blijkt de oorzaak niet zo erg te zijn, maar wel voor de nodige vertraging te zorgen. Tijdens het achteruitvaren is er een mooringlijn in de schroef gekomen en doordat we de motor nog een keer gestart hebben is de lijn lekker stevig om de schroef gedraaid. Geen wonder dat de boot niet meer bestuurbaar was.
Peet vermant zich, zet een snorkel op en gaat het vieze water van de marina in. Helaas heeft deze dappere actie geen resultaat. De lijn zit te vast. In het havenkantoor leg ik de situatie met veel gebarentaal uit aan de havenmeester. Hij begrijpt het vrij snel. Kennelijk gebeurt dit wel eens vaker. Ik leg uit dat we de lijn door willen snijden. Waar hebben we anders zo’n duur duikersmes voor gekocht? Maar dat mag absoluut niet. Er moet een duiker bijkomen. Aangezien deze vrij snel kan komen en ook de prijs wel meevalt, gaan we daarmee akkoord. We zijn toch wel bang voor schade aan de schroef. De duiker blijft wel een minuut of twintig onder, terwijl wij gespannen in het troebele water turen. Om de tijd te doden maak ik er maar een filmpje van. Af en toe zien we luchtbellen bovenborrelen, maar we hebben geen idee wat er onder water allemaal gebeurt. Als hij weer bovenkomt en op de kant is geklommen gaat hij eerst uitgebreid in het Spaans converseren met de havenmeester. We houden het niet meer uit! Gelukkig blijkt hij de lijn zonder schade van de schroef af te hebben gekregen. Hij zat er wel acht keer stevig omheen gewikkeld. Wij betalen hem handje contantje en varen even later opgelucht de haven uit.
’s Middags vinden we een mooie rustige ankerplek, waar we nog even kunnen zwemmen en luieren om ‘s avonds ontspannen aan onze overtocht naar de Balearen te beginnen. De Zweedse boot ligt er ook. Het wordt onze eerste “grotere” oversteek en ons reisdoel is Formentera, het kleinste eiland van de vier. Het is rustig weer, zo rustig dat we de motor aan moeten zetten. Wel staat er een prachtige volle maan, die de zee vóór ons verlicht. Tijdens mijn nachtwacht luister ik naar een luisterboek op CD: de Da Vinci Code. Behoorlijk spannend, dus dat houdt mij wel wakker. Nog spannender zijn de grote ferry’s die ons links en rechts passeren. Soms weet je niet wat je ziet. Het lijken net enorme verlichte kerstbomen. Dan lost Peter mij af. Een stuk voor ons varen de Zweden. We zien ze op de radar. Als we ze later nog eens ontmoeten vertellen ze dat ze spelende dolfijnen rond hun boeg hebben gehad en een walvis hebben gezien. Ongelofelijk! Wij hebben niets gezien van al dat natuurschoon. De Zweedse zegt, dat ze op de boeg gaat zitten en zingt voor de dolfijnen. Dat lokt ze aan. Ik neem me voor dat trucje later ook eens te proberen. Maar we komen veilig op Formentera aan.
KIKILA-MAIL 6: Belevenissen op Formentera .
Datum: 18-9 t/m 23-9-2005 Laatste positie: 38° 46’.8N 1 °25’.7E, Isla Espalmador
Formentera bevalt ons bijzonder goed, alhoewel de havengelden buitenissig zijn.Het is allemaal lekker kleinschalig. Overal wordt er op scooters rondgereden. Wij besluiten er ieder ook één te huren en dan allebei een kind achter- of voorop te nemen. Ons plannetje gaat helaas niet door. Er kan wel een tweede passagier mee, mits zijn benen maar lang genoeg zijn, De kinderen kunnen niet bij de voetensteunen en dat is gevaarlijk.
Als troost huren we een open jeep en scheuren daarmee het hele eiland rond. Dit is prima in één dag te doen. Het oostelijke deel van het eiland is laag en heeft mooie stranden. We rijden naar prehistorische overblijfselen om te ontdekken dat dit grote stenen zijn die in een kring staan. Maar enig respect is wel op z’n plaats, want deze graftombe die gedateerd is op 1800-1600 v. C. is wel het bewijs dat er in die tijd al mensen op het eiland woonden. De plek is bezaaid met losse stenen en de moderne mens heeft er zijn eigen stempel opgedrukt door overal hoopjes stenen op te bouwen.Anniek draagt ook haar steentje bij. Wat zullen ze daar over duizend jaar van denken.
Terwijl we naar een stenen uitkijktoren langs de kust wandelen schieten overal onder onze voeten de Balearen-hagedissen weg. Met enig geduld lukt het ons een foto te nemen van een fraai exemplaar van deze inheemse diersoort. De uitkijktorens werden gebouwd om het eiland tegen aanvallen van piraten uit Noord-Afrika te beschermen.
Dan rijden we naar het oostelijk deel van het eiland. Dit is bergachtig en bebost. Tot onze verbazing rijden we ineens op een kronkelweg die niet onderdoet voor een haarspeldbochtenweg door de Alpen. Bij restaurant El Mirador nemen we een verfrissing en genieten we van het schitterende uitzicht over het eiland en de baai. Aan deze kant zijn er spectaculair steile rotsen en ik voel de kriebels in mijn buik als Fem en Anniek zich naar mijn mening te dicht bij de rand begeven.
We bezoeken ook nog de hippiemarkt en verkennen het binnenland, waar we met jeep en al bijna vast komen te zitten op een wel heel erg smal weggetje.
De dagen daarna bereiden we ons voor op de overtocht naar Mallorca. We hebben besloten Ibiza over te slaan. Voor vertrek ankeren we in de baai van Isla Espalmador. Op dit kleine eilandje moeten zich ergens zwavelhoudende bronnen bevinden. We tuffen met ‘Bruce’ naar het strand en gaan op onderzoek uit. Tot groot vermaak van de meiden worden we ineens achtervolgd door een groep blote Duitsers. Ze denken dat wij de weg weten, maar niets is minder waar. Uiteindelijk vinden we de poel toch en smeren ons van top tot teen in met groene smurrie. Als indianen op oorlogspad struinen we door de prikbosjes weer terug naar het strand om daar de inmiddels opgedroogde modder er met een frisse duik in zee af te spoelen. Verkwikt en verfrist beginnen we die avond aan onze nachtelijke oversteek naar Mallorca.
KIKILA-MAIL 7: Onderweg naar Mallorca.
Datum: 24-9 t/m 25-9-2005 Laatste positie: 39° 33’.5N 2 °38E, Puerto de Palma de Mallorca.
’s Morgens vroeg varen we de Bahia de Palma binnen. In verband met familiebezoek willen we vanaf Palma naar Nederland vliegen en hebben we bij Real C lub Nautico de Palma een ligplaats besproken. We worden pas overmorgen verwacht dus we moeten nog twee dagen zoekbrengen. In de Pilot hebben we in de baai een veelbelovende ankerplaats gezien op ongeveer 15 mijl vanaf Palma de Mallorca. Het is inderdaad een mooi plekje en het is heerlijk rustig weer, dus daar laten we ons anker vallen. We zijn maar net op tijd, want een uurtje laten stomen de boten binnen, van klein tot groot, vechtend om de mooiste overgebleven plekjes. Dit herinnert ons eraan dat het weekend is. Maar wij liggen lekker en we blazen de trampolineband op, waarmee de meiden, en wij ook, de hele middag plezier beleven.
’s Avonds slaap ik weer onrustig, omdat we voor anker liggen. Om de zoveel tijd ga ik peilen of we nog op dezelfde plek liggen. Ik ben er nog steeds niet aan gewend. Peter wel, die slaapt als een roosje.
De volgende dag vermaken we ons ook nog, maar dan steekt in de namiddag de wind op en horen we vanachter de bergen op het eiland donderslagen. Er komt een fikse onweersbui aan. De wind is gedraaid en wij ook. We liggen nu dwars op de golven en dat is heel oncomfortabel. We besluiten te verkassen naar de andere kant van de rots. In het donker halen we ons anker op en varen om de rots heen, terwijl de bui steeds dichterbij komt. Aan de andere kant is het een stuk smaller en ook daar draaien we dwars op de golven. We besluiten ons achteranker eens uit te proberen.
Ik heb me later wel eens afgevraagd hoe we midden in de nacht op dat onzinnige idee kwamen, maar op dat moment lijkt het ons een prima idee. Dus het anker wordt te voorschijn gehaald van onder de trap en er wordt een stevige lijn aan bevestigd, waarvan het uiteinde weer aan de boot wordt vastgemaakt. Inmiddels is de wind nog meer aangewakkerd en heeft de eerste regen ons bereikt. Het zware anker wordt in de bijboot geladen en Peter brengt het al roeiend uit. Hij komt doorweekt terug. Niets te vroeg want het onweer barst los. Keiharde knallen en bliksemflitsen boven ons hoofd en harde wind en zware regenbuien. We vinden het niets prettig het enige mastje in de baai te zijn, doen alle elektriciteit uit en houden wacht. Dan zien we op de radar dat we van plaats veranderen. De wind is gedraaid. De ankers krabben en we worden naar lager wal gedreven. We kijken het nog even aan, maar de diepte neemt nu snel af en de kant komt steeds dichterbij. Er moet actie worden ondernomen. Terwijl ik radar, dieptemeter en kustlijn in de gaten houd en de motor stand-by zet, gaat Peter naar buiten om het achteranker binnen te brengen. Dit gaat niet gemakkelijk en kost een hoop tijd. Ik vind het nu toch wel erg spannend worden met al dat geflits en gedonder. Maar met de nodige inspanning lukt het ons het anker te redden. Vervolgens halen we snel ons boeganker op en varen weer om de rots heen naar ons oude plekje. Daar is het aanmerkelijk rustiger en de bui is inmiddels overgetrokken. Gelukkig hebben de kinderen overal doorheen geslapen. Om twee uur ’s nachts rollen we zwaar vermoeid ons bed in en vlak voordat ik in slaap val moet ik ineens aan de Zweedse denken, die niet meer met onweer op zee wil zijn. Ik geef haar nu groot gelijk!
KIKILA-MAIL 8: Mallorca.
Datum: 26-9 t/m 18-10-2005 Laatste positie: 39° 33’.5N 2 °38E, Puerto de Palma de Mallorca.
N a een flitsbezoek aan Nederland zijn we weer op onze Kikila aangekomen. Na een paar dagen zijn we aardig thuis in de straten van Palma. We weten waar de supermarkten en internetcafés zijn en vinden een tentje waar we lekker kunnen eten. We lopen en fietsen wat af. De mensen zijn hier een stuk vriendelijker dan aan de Costa’s. Alleen lijkt het hier wel Klein-Duitsland. De Duitsers hebben herfstvakantie en trekken massaal naar Mallorca lijkt het wel. Naast ons ligt een charterschip dat om de paar dagen weer door een ander groepje Duitsers wordt bevolkt.
Wij bezichtigen de imposante kathedraal van Palma, Le Seu, en zelfs de meiden gaan ervan fluisteren. We vinden dat zij nu ook wel eens iets leuks mogen doen en reizen met de bus naar aguapark Magaluf. Dit is een enorm waterpark met allerlei glijbanen, van hele spectaculaire, levensgevaarlijke tot baantjes voor de kleuters. Het is de laatste dag van het seizoen en we merken dat het al frisser wordt. Het badpak kan nog net, als je maar in beweging blijft. Aan het eind van de dag gaat die dappere Fem met haar vader in een rubberbootje van een glijbaan af, die loodrecht naar beneden lijkt te gaan. Daarvoor moeten ze eerst een enorm hoge trap beklimm en, vervolgens in het bootje plaats nemen en dan worden ze er door een meneer met een flinke zet vanaf geduwd, of je nog durft of niet. De dag daarna gaan we met een elektrische smalspoortrein door de bergen naar het plaatsje Soller. De wagonnetjes zijn prachtig onderhouden en het lijkt of we in de negentiende eeuw reizen. Het tempo is trouwens ook negentiende-eeuws. Dat geeft niet want het is een mooie route. Overal zien we sinaasappel-en citroenbomen en de hellingen zijn groen en bosachtig. Weer terug op de boot laten we onze gedachten gaan over de winterstop. Het is wel duidelijk dat we de Adriatische Zee niet meer halen. Na wat rondspitten in de Pilots kiezen we Sardinië uit. Het lijkt ons een aantrekkelijk eiland. Op het internet vinden we een marina met een aanbeveling. We nemen contact op en het blijkt dat de liggelden zeer schappelijk zijn. Wat we op Mallorca per maand betalen, betalen we daar voor vijf maanden. Dan maken we een plan. Vanaf Mallorca zullen we eerst naar Menorca oversteken en daar nog een weekje rondkijken. En ons voorbereiden op de oversteek naar Sardinië. Maar eerst huren we een dagje een auto (helaas dit keer geen open jeep) om de noordkant van het eiland te verkennen. We wandelen een hele tijd rond in het natuurreservaat Puig de Galatzó, dat wel wat aan de Alpen doet denken, met bos, watervalletjes en steile rotspaadjes en een heuse roofvogelshow. Alleen de palmen bewijzen dat we niet in de Alpen zijn. We rijden terug via een kustweg met spectaculaire uitzichten.
 Ondertussen laten we op de boot onze lazyjacks veranderen en proberen we stoppers te laten installeren. De mensen van de stoppers komen hun afspraken niet na. We willen er niet langer op wachten. We gaan. De volgende dag slaan we proviand in en dan vertrekken we naar Porto Colom op de zuidoost kant van Mallorca. Van daaruit zullen we oversteken naar Menorca. Na acht uur varen ankeren we in de beste natuurlijke haven van Mallorca.
’s Avonds krijg ik een schokkend en triest familiebericht uit Nederland.We zijn helemaal ontredderd. Halsoverkop varen we die nacht terug naar Palma en vliegen de volgende dag naar Nederland terug.
KIKILA-MAIL 9: Sardinië, van Portoscuso naar Cagliari.
Datum: 27-1-2006 t/m 3-2-2006 Laatste positie: 39° 11’.7N 9 °06’.1E, Cagliari: Marina di Sant’Elmo
Op Sardinië proberen we met z’n vieren de draad weer op te pakken.
Tijdens ons verblijf in Nederland heeft Peter met drie vrienden ons schip van Mallorca naar Sardinië overgevaren. Het was helaas een barre tocht met stormachtig weer en de zeeziekte sloeg bij sommigen hard toe. Maar ze hebben het gehaald. Portoscuso aan de Westkust is de eindbestemming en daar wordt door Jan en Peter nog een dag of tien stevig geklust. De boiler en de verwarming worden geïnstalleerd.
Wij arriveren eind januari na een lange, maar voorspoedige reis met teveel bagage in Portoscuso. We trekken eerst een paar dagen in een hotel vlakbij de haven. Peter moet namelijk de verwarmingsleidingen nog leggen en de pomp installeren. Daarvoor moet de hele vloer van de boot eruit. Het hotel is wat kil en het ontbijt is minimaal, maar het is handiger om met al onze bagage daar te verblijven, tot het werk gedaan is.
Na een paar dagen kunnen we dan eindelijk weer terecht op onze trouwe Kikila.
De verwarming werkt nog niet helemaal, maar we willen nu toch zo snel mogelijk naar onze uiteindelijke overwinteringplek in Cagliari (hoofdstad van Sardinië) vertrekken. We worden al een tijdje verwacht. Nog een dag regen en dan wordt het beter. We slaan voorraad in. Morgen vertrekken we!
We doen het in twee etappes. Teulada wordt onze eerste stop. Het is prachtig weer. Wel een beetje fris, dus winterkleding aan en mutsen op. Er is nauwelijks wind. Op de motor varen we langs de kust en zien verlaten baaien, kale, maar ook met bos begroeide heuvels en grillige kapen. Laat in de middag komen we in Teulada aan. De volgende morgen is het weer onveranderd en vertrekken we naar Cagliari. Onderweg worden we een tijdje gevolgd door een helikopter van de “Guardia Civil”.
Ze blijven vlak boven onze achtersteven hangen . De helikopter maakt een hoop kabaal. De vier inzittenden dragen helmen en donkere brillen. Je kunt niet zien wat ze denken of willen. Peter zet kanaal 16 open, maar ze roepen ons niet op. De meiden zwaaien, maar ze zwaaien niet terug. Na een tijdje vliegen ze verder. Zijn we goedgekeurd?
Als we de baai van Cagliari (spreek uit: Caljari) binnenvaren, moeten we tussen de grote vrachtschepen door laveren. Vanuit het niets nadert opeens een zeer snelle boot. Weer de “Guardia Civil, weer diezelfde jongens met helm en bril! Ze blijven geruime tijd naast ons varen. Wat willen ze van ons? Niets kennelijk, want zonder iets te doen of te zeggen, varen ze weg. We zijn blij als we de haveningang van Cagliari in zicht krijgen. Rustig tuffen we naar binnen, zoekend naar Marina di Sant’Elmo. Een klein bootje met twee jongens benadert ons: of we naar hun marina willen komen. We leggen uit dat we al een plaats besproken hebben in een andere marina. Ze zijn behoorlijk vasthoudend. Later horen we dat dit voor de marina’s in Cagliari de gebruikelijke tactiek is om klanten binnen te halen. De sport is om je concurrenten te snel af te zijn. Jammer, jongens!
We roepen onze marina op en Signor Aldo loodst ons naar onze plek. Ik sta weer eens voorop te zweten, want ik denk dat het weer niet past. Al die plaatsen lijken zo klein, zodra wij ons schip erin moeten draaien. Op de wal is er ook een hoop commotie, want ze willen dat wij er achteruit ingaan. Ik roep, dat we dat echt niet kunnen, terwijl ik een lijn probeer te gooien, die veel te kort is. Na drie keer in het water, lukt het eindelijk hem op de wal te krijgen. Peter merkt van dit alles in zijn stuurhut helemaal niets en gaat rustig door. En dan liggen we eindelijk. Met een rood en bezweet hoofd geef ik onze lijn met veer aan…. een man van de “Guardia Civil”, die hem overigens keurig vastlegt. Ik weet niet wat we op onze kerfstok hebben, maar ze zijn ons tot hier gevolgd! Later legt Signor Aldo uit, dat deze procedure op Sardinië gebruikelijk is. Ze controleren hier streng op illegale boten met vluchtelingen, die vooral van de Noord-Afrikaanse kust komen.
In het havenkantoortje worden we door Signor Aldo allerhartelijkst ontvangen en vervullen we de gebruikelijk formaliteiten. Het doel is bereikt, een last valt van ons af. We zijn in Cagliari !
KIKILA-MAIL 10: Oostenrijk.
Datum: 16-02-2006 t/m 26-03-2006 Laatste positie: 39° 11’.7N 9 °06’.1E, Cagliari: Marina di Sant’Elmo
Over twee weken zullen we Cagliari weer even verlaten om met de familie een weekje te gaan wintersporten in Oostenrijk. Dat weekje vergt behoorlijk wat voorbereiding.
Italie grenst dan wel aan Oostenrijk, maar vanaf Sardinie is het verder dan vanuit Nederland. En wij reizen natuurlijk zonder auto. Dus we gaan met de trein naar het noorden van het eiland, dan met de nachtferry over naar Livorno op het vasteland.
Vandaar weer met de trein verder richting Innsbruck en Jenbach. De reis is lang, maar verloopt voorspoedig. Op het station van Jenbach worden we opgehaald door een chauffeur van het hotel. Onderweg zien we dat er een enorme hoeveelheid sneeuw is gevallen.
We hebben een heerlijke week, alleen voel ik me halverwege de week niet zo lekker. Teveel gesnoept van het toetjesbuffet, denk ik nog. Maar het blijft kwakkelen. Twee dagen later zie ik in de spiegel dat mijn oogwit geel is. Dat is niet goed! De volgende ochtend zit ik bij een Oostenrijkse huisarts. Hij constateert leverstuwing door galstenen en verwijst me meteen door naar een ziekenhuis in de buurt voor een galoperatie.Verslagen bespreken we de situatie. Moeten we toch maar terug naar Nederland gaan? Ik voel me inmiddels behoorlijk beroerd en zie de reis naar Nederland niet meer zitten.
We besluiten hier te blijven. Die vrijdagmiddag word ik opgenomen in het ziekenhuis in Schwaz. Ik ga aan het infuus en krijg alleen nog maar kruidenthee. Maandag ga ik de onderzoeksmolen in. Ik kom onder de zorg van een prima Duitse chirurg, die ook Belgisch spreekt, omdat hij getrouwd is met een Vlaamse. We kunnen elkaar goed verstaan en dat is een geruststellend gevoel.
De familie vertrekt naar Nederland. Peter en de meiden kunnen nog even in het hotel blijven. Naast de galoperatie doen zich helaas nog enkele andere complicaties voor :een alvleesklierontsteking en een longontsteking. Ik heb het dus niet zo naar mijn zin, maar de meiden wel. Ze skieen inmiddels heel goed en zijn verhuisd naar een paardenhotel. Ze mogen daar zelf rondhobbelen met kleine paardjes en Femke kan regelmatig rijden op een Haflinger. Ze willen daar nooit meer weg. Als ze mij komen bezoeken wordt de frisse ziekenhuiskamer gevuld met een doordringende paardenlucht.
Ik lig op een tweepersoonskamer aan het raam. Als ik me weer wat beter voel merk ik dat dit ziekenhuis een prachtig uitzicht heeft. Besneeuwde bergen rondom. Ik kijk op het helikopterplatform uit. De helikopter landt iedere dag wel een paar keer. Tsja, hoogseizoen, nietwaar. Ik hoop maar de Peter en de meiden voorzichtig doen. Ik word prima verzorgd door de broeders en zusters en heb een paar maal lieve oude Oostenrijkse dames naast me. We kletsen wat af en na een paar weken spreek ik vloeiend Oostenrijks (denk ik).
En dan eindelijk, na drie weken, mag ik eruit. Ik trek ook in het paardenhotel om nog een weekje aan te sterken. Dat is wel nodig want de eerste dagen kan ik de ene voet nauwelijks voor de andere krijgen. Maar al snel gaat het weer bergopwaarts en na een week reizen we af naar Sardinie. Weer een ervaring rijker.
KIKILA-MAIL 11: Sardinie, Cagliari.
Datum: 27-03-2006 t/m 10-04-2006 Laatste positie: 39° 11’.7N 9 °06’.1E, Cagliari: Marina di Sant’Elmo
In Sardinie is het volop lente. Signor Aldo, Marcello en Andrea hebben goed op onze Kikila gepast. Ze zijn oprecht blij om ons te zien en omhelzen ons allemaal.
Dan komen we in een stroomversnelling terecht. De boot moet nu toch echt uit het water en er wordt een datum geprikt. Wij kunnen er niet opblijven en moeten op zoek naar ander onderdak. Dit blijkt niet zo gemakkelijk te zijn. Het seizoen is nog niet begonnen en veel vakantieparken zijn nog gesloten. We willen ook niet in een duur hotel trekken. We brengen onze problemen ter sprake bij de crew van de marina. Dan komt Marcello met een fantastisch voorstel. Hij heeft een vakantiehuisje in Pula, zo’n dertig kilometer vanaf Cagliari. We mogen het voor een vriendenprijs huren voor een week. Als Signor Aldo dan nog een kennis heeft die ons tegen gereduceerd tarief een autootje wil verhuren zijn we helemaal blij. We besluiten een weekje vakantie te nemen en eindelijk eens wat van het eiland te zien. Af en toe kunnen we dan een bezoekje aan de werf brengen om de vorderingen in de gaten te houden.
Maar eerst moet Kikila uit het water. ‘s Morgens vroeg, als het nog windstil is, staan wij al in de startblokken. Helaas zijn de medewerkers van de werf nog niet zo ver. Volgens Signor Aldo moeten ze eerst een espresso drinken en bijkletsen na het weekend. Wij drentelen nerveus op en neer. Straks steekt de wind op en dan kan de boot niet meer uit het water gehaald worden .Eindelijk zien we beweging in de kraan komen. We varen naar de kade, waar de kraan inmiddels ook is gearriveerd. Een legertje medewerkers staat klaar om de banden te bevestigen. Dit is bij onze langkieler een nauwkeurig werkje en Peter laat via een foto op de computer zien, waar de banden precies moeten komen. De medewerkers gaan aan de slag, maar de kraanmachinist komt om de twee minuten al schreeuwend uit zijn hokje. Het werkt enorm op mijn lachspieren. We noemen hem meneer Koekoek. Dan blijkt dat het niet gaat, omdat ze de verkeerde banden hebben. Als de juiste banden er zijn moeten er ook nog twee stagen los, anders kunnen ze niet op de juiste plaatsen om de kiel gelegd worden. Peter heeft inmiddels buikpijn van de zenuwen en de wind gaat een beetje opsteken. Eindelijk is het dan zover. Onder het toeziend oog van onszelf en een groep toeschouwers op de kade wordt Kikila langzaam uit het water gehesen. Dan hobbelt de kraan de weg over richting werf. Kikila bungelt in de banden. Als ze beiden veilig en wel op de werf staan slaken we een zucht van verlichting.
KIKILA-MAIL 12: Sardinie, Pula.
Datum: 10-04-2006 t/m 30-04-2006 Laatste positie: 39° 11’.7N 9 °06’.1E, Cagliari: Marina di Sant’Elmo
Na die enerverende ochtend rijden we naar Marcello’s tweede optrekje. Het huisje ligt heel idyllisch, boven op een begroeid stuk rots met uitzicht op de beboste hellingen van het Sulcisgebergte en aan de andere kant de zee. Het is niet luxueus, maar wel van alle gemakken voorzien. Rondom ligt een enorme wilde tuin en het is er heerlijk rustig.
We maken een uitstapje naar het binnenland, waar we de oeroude nederzetting Su Nuraxi bezoeken (3000 BC). Femke en Anniek ontdekken dat de volwassen mensen in die tijd net zo klein waren als zij nu zijn. Dan rijden we door naar La Giara, een hoogvlakte waar nog wilde Sardijnse pony’s leven. Het is een prachtig natuurgebied en we ontmoeten een kudde paarden met veulens. De veulens zijn nieuwsgierig en komen tot haar groot plezier naar Femke toe. Ook lopen er verwilderde varkens rond, flinke jongens, waar we met gepaste afstand langs gaan. Vlakbij Pula bevindt zich Nora, (de overblijfselen van) een oude Carthaags-Romeinse nederzetting. Hier bewonderen we onder andere het oude theater en de badhuizen.
Na ons lange verblijf in de stad genieten we van  deze weelderige kant van Sardinie. De natuur is nu op z’n mooist, nog niet droog en dor, zoals in de zomer. Dat het af en toe nog wat fris is nemen we op de koop toe.
Tussendoor rijden we naar Cagliari om te kijken hoe het met Kikila gaat. Het gaat boven verwachting snel. Wat is namelijk het probleem. De boot hangt nog steeds in de banden van de kraan. Ze durven hem vanwege zijn lange kiel niet op een bok te zetten. Omdat ze de kraan weer nodig hebben wordt er stevig doorgewerkt. Na drie dagen is het onderwaterschip weer picobello en mag Kikila het water in.
Het paasweekend vieren we op de boot. We hebben inmiddels een huisdier. Italianen hebben een kuiken van een waterhoen uit de haven gevist en dat aan onze zorg overgedragen. We proberen het weer terug te brengen bij zijn moeder, maar dat lukt niet. Marcello heeft de dierenbescherming gebeld, maar die komt die dag niet. We zetten het in een doosje en met een kruik en ons blaaskacheltje houden we het warm.
En wonder boven wonder, het overleeft de nacht. We dopen het kuiken Tweety en Tweety twiet er lustig op los. Het is eerste paasdag, dus we verwachten de dierenbescherming nu ook niet, en inderdaad, niemand komt opdagen. We voeren Tweety mosseltjes en water en ook de tweede paasdag gaat het goed met hem. Femke en Anniek vinden het prachtig en proberen hem zo goed mogelijk te verzorgen.
Ik hoop dat we hem na de feestdagen heel snel aan de dierenbescherming over kunnen dragen. Ik weet dat het heel moeilijk is om zo’n jong vogeltje in leven te houden. Wij zijn daar niet voor uitgerust. De ochtend van de derde dag is Tweety echter niet meer zo tierig en dan gaat het heel snel bergafwaarts met hem. De meiden zijn even heel triest en ik eigenlijk ook. Het was een pittig beestje. We begraven hem in een stukje wild struweel vlakbij de marina.
KIKILA-MAIL 13: Op naar Sicilie.
Datum: 1-05-2006 t/m 9-05-2006 Laatste positie: 38° 12’.9N 15 °15’E Milazzo
We bereiden ons langzamerhand voor op de oversteek naar Sicilie. De laatste noodzakelijke dingen worden gedaan en we wachten op gunstig weer.En dan is het zover. We nemen hartelijk afscheid van Aldo, Marcello en Andrea. We zullen ze missen! Maar toch hebben de reiskriebels weer toegeslagen en willen we graag verder. ‘s Ochtends vroeg om zes uur varen we de haven uit waar we zo’n lange tijd hebben doorgebracht.
We beginnen goed en kunnen zelfs een heel stuk zeilen zonder motor. Om een uur of vier ‘s nachts trekt de wind aan en gaat tegenstaan. Dit blijft de hele volgende dag zo en er komt ook nog een vervelende golfslag bij, zodat Peter en Femke weer behoorlijk katterig worden. Onderweg raakt tot overmaat van ramp ook nog het boordtoilet verstopt. Met deze golfslag is er niet aan te klussen. We mikten op de noordoostkust van Sicilie, maar besluiten nu de noordwestkust aan te varen, omdat we daar al in de buurt zijn. In de vroege avond meren we af in Trapani
De volgende morgen neemt Peter het op zich het toilet te ontstoppen, een fijn klusje! Wij gaan maar even boodschappen doen. Bij terugkomst treffen we een opgewekte vader en echtgenoot aan. Het vieze klusje was erg meegevallen en het toilet is weer blinkend schoon.
De volgende dag varen we verder langs de indrukwekkende kustlijn van Sicilie . We eindigen aan de noordwestkust in Marina Portorosa vlakbij Tindari. De marina ligt zeer idyllisch, de prijzen zijn echter minder idyllisch. Toch besluiten een paar dagen te blijven. We v ieren Annieks zevende verjaardag hier en we huren een auto, waarmee we een stukje binnenland verkennen en de vulkaan de Etna (ca. 3300 m) oprijden. Al vanuit de verte zien we de indrukwekkende besneeuwde top, waaruit een rookpluim omhoog stijgt. Als we er eenmaal zijn zit hij jammer genoeg in de wolken en kunnen we niet helemaal naar de top.We lopen wat rond op de zwarte lavasteen en in de sneeuw en gaan dan snel weer naar beneden, want het is behoorlijk koud.
Twee dagen later varen we met stroom en wind mee met tien knopen door de Straat van Messina. Af en toe stuiten we op een stuk water met draaikolken. Het is een eigenaardig gezicht, maar geen probleem voor onze Kikila. We moeten heel alert zijn. Achter ons komen grote vrachtschepen de Straat in en voor ons steken de ferries over van Messina naar het vasteland van Italie en vice versa.Als we langs Calabrie varen zien we kust van Sicilie langzaam verdwijnen. Op de achtergrond domineert de Etna, nu geheel wolkvrij. De witte top schittert in de ochtendzon en we kunnen de zwarte rookpluim duidelijk zien. Een prachtig gezicht!
KIKILA-MAIL 14: Calabrie
Datum: 10-05-2006 t/m 14-05-2006 Laatste positie: 38° 19’.1N 16 °24’.4E ,Rocella Ionica
‘s Avonds lopen we een vreemde haven binnen, Salina Joniche. De ingang is ingestort, maar voorzichtig voelend, merken we dat er voldoende diepgang is om naar binnen te varen. Het is inmiddels flink gaan waaien en we besluiten het hier maar te proberen. We meren af aan een hele hoge kade met enorme stootwillen, duidelijk ooit bestemd voor grote schepen. De kade is volledig verlaten en afgezet met hekken. Verderop liggen een aantal kleine bootjes en vissersscheepjes aan moorings. Wij wanen ons te groot en blijven ondanks de enorme deining aan de kade liggen. Later komt er nog een Amerikaans zeiljacht voor ons liggen. Zo zijn we niet helemaal alleen. In de pilot lees ik dat deze haven ooit het middelpunt is geweest van een Italiaans politiek schandaal. Daarna is het nooit meer wat geworden. Wij hebben door de deining een heel onrustige nacht en vertrekken die volgende ochtend al vroeg.
De volgende zuiditaliaanse haven is ook weer iets bijzonders. Hij is al tien jaar niet af. Hij heeft het uiterlijk van een een marina, met steigers met water en electriciteitspalen. Water is er wel, electriciteit is er niet en daarom, vertelt onze Franse buurman ons meteen nadat we aangelegd hebben, hoeven we niets te betalen. Een verademing na al die dure Siciliaanse havens. Er liggen boten van allerlei nationaliteiten. Sommigen gaan naar Griekenland, anderen naar de Adriatische Zee en weer anderen gaan juist richting Frankrijk en Spanje. Hier vieren we mijn verjaardag en eten een halve meter pizza in het restaurant op de kade. De volgende dag krijgen we Hollandse buren die ons warm maken voor Griekenland en ons op het idee brengen de oversteek naar de Ionische eilanden vanaf hier te maken.
We zitten in een enorm hogedrukgebied en voor de komende dagen is rustig weer voorspeld. We gaan! We beleven een rustige overtocht. Zo rustig, dat we alles op de motor moeten doen. Weinig wind en tegenwind. Onderweg krijgen we eindelijk bezoek van dolfijnen. Eerst twee en dan drie. Zij blijven maar even. Maar we zijn er nu alert op. Aan het eind van de middag zie ik in de verte dolfijnen aan komen. Met een grote boog komen ze naar ons schip. Ik roep iedereen naar het voordek en daar kunnen we genieten van een fantastisch schouwspel. Een groep van wel vijftien dolfijnen speelt in onze boeggolf. Grote en kleine dieren zwemmen om het hardst, buitelen en springen af en toe uit het water. Ze hebben de grootste lol en wij genieten van hun capriolen. Ze blijven zo lang, dat we genoeg tijd hebben om te filmen en te fotograferen. Dan buigen ze af en zien we ze achter de boot nog springen
Wij gaan door. Richting Griekenland!
KIKILA-MAIL 15: Paxoi, Griekenland.
Datum: 15-05-2006 t/m 20-05-2006 Laatste positie: 39° 39N 19 °51’.1E, Gouvia Marina, Corfu.
Rustig dobberen we achter ons anker in een zeer idyllische baai van het eilandje Paxoi. Beboste hellingen met een paar mooie huisjes hier en daar, een strandje waar we heerlijk kunnen zwemmen in het heldere water en het vriendelijke dorpje Lakka aan de overkant om boodschappen te doen of iets te eten of te drinken. Wat willen we nog meer!
Wij blijven een paar dagen liggen, maar de meeste boten vertrekken ‘s morgens. ‘s Middags stroomt de baai dan weer vol met andere schepen, maar het is nooit vervelend druk. In het hoogseizoen zal dat wel anders zijn.
Het is hier al zo warm dat Fem en Anniek voor het eerst weer overboord springen en lekker rond de boot zwemmen. Ik blaas mijn kano op en peddel een beetje rond in het azuurblauwe water van de baai.
Een paar dagen later varen we naar de zuidelijkste ankerplaats van Paxoi, Mongosi, een uurtje verderop. Deze baai is een stuk kleiner, maar ook rustiger en even idyllisch. Vanaf hier willen we naar Kefalonia varen, waar Kees en Ans uit onze oude dorpje West-Graftdijk, vakantie vieren. We hopen daar op een gezellige ontmoeting. Helaas loopt het weer eens anders. Weer zo’n pechgevalletje, waar we inmiddels aardig aan gewend raken. Tijdens het tochtje naar Mongosibaai merkt Peter dat de meter van de oliedruk raar doet. Dit heeft met de motor te maken, die motor, waar we toch zo afhankelijk van zijn en we vinden dat niet echt prettig. Gelukkig zijn we er bijna. Als we in Mongosi voor anker liggen vervangt Peter het oliefilter en de olie. Dit heeft nogal wat voeten in de aarde. Om de benodigde spullen te verkrijgen moet hij eerst twee kilometer lopen naar de piepkleine hoofdstad van Paxoi, Gaios. Enfin, het lukt allemaal wel, maar de meter blijft raar doen.
Inmiddels komen we door de motorperikelen ook bijna zonder stroom te zitten. De volgende ochtend vroeg gaan we ankerop. De windrichting bepaalt dat we richting Corfu moeten gaan, nog verder van Kefalonia vandaan. Op Corfu is wel een grote marina met allerlei faciliteiten en we hopen daar een reparateur te kunnen regelen. Maar dat zal wel na het weekend worden en daarmee komt onze ontmoeting met Kees en Ans in gevaar. Zij vertrekken eind volgende week weer naar Nederland We zullen zien hoe het gaat. We weten inmiddels uit ervaring dat het geen zin heeft ons erover op te winden. We kunnen beter het beste maken van de plaats waar we op dat moment zijn: Corfu dus(of Kerkira op z’n Grieks).
KIKILA-MAIL 16: Van Corfu naar Lefkas
Datum : 20-05 t/m 6-06-2006 Laatste positie: 38° 50’1N 20° 42’8E Lefkas-stad
We moeten helaas langer wachten op de reparatie dan we eigenlijk willen. In de tussentijd verkennen we het eiland. En dan eindelijk wordt het nieuwe onderdeel geinstalleerd. De volgende ochtend vroeg varen we richting Kefalonia, met een tussenstop in Lakka.
Onderweg wacht ons een teleurstelling: het defect blijkt met de reparatie niet verholpen te zijn. Dat is niet echt een geruststellend idee en we besluiten naar de marina op Lefkas uit te wijken om opnieuw naar het probleem te laten kijken.
Lefkas is eigenlijk geen eiland, maar van het vasteland gescheiden door een kanaal. Zonder dat we het gepland hebben zijn we precies op tijd voor de brug. Anders hadden we een uur voor de brug moeten wachten in een krappe baai. In de marina liggen we aan de kade. Best een leuk plekje, met aan de overkant Lefkas-stad, op vijf minuten loopafstand. Weer komt er een monteur aan boord die vaststelt dat de motor goed is en dat dan de meter stuk moet zijn. Meteen wordt een nieuwe besteld. Deze komt uit het buitenland, dus daar moeten we weer een tijdje op wachten. We huren een autootje om het eiland te bekijken.
Via een spectaculaire weg langs de westkust rijden we langs een klooster en leuke kustplaatsjes naar een schitterend strand op de zuidpunt: Port Katsimi. Met steile rotsen rondom en azuurblauw water, echt zo’n strand voor in een reisfolder. De enige manier om op het strand te komen is een trap met zo’n zeventig treden af te dalen. Het is behoorlijk heet en de meiden nemen een frisse duik. Helaas blijkt de golfslag in de branding enorm en Anniek houdt het snel voor gezien, nadat ze is verrast door een grote golf.
Langs de vlakke en saaie oostelijke kustweg rijden we terug.
De volgende dag willen we het binneland eens bezoeken. Daar schijnt zich ergens een waterval te verbergen. We stellen ons daar niet al te veel van voor op dit warme en droge eiland, maar dat valt mee. Langs een door groen omzoomde beek klauteren we via glibberige stenen en steile opstapjes omhoog. Wij hebben stevige stappers aan, maar we komen allerlei mensen tegen, die het in badkleding en op flip-flaps doen. Al te ver kan het niet zijn. Bij het eindpunt stort zich een behoorlijke waterval in een koud en helder poeltje. Fem en Anniek kunnen de verleiding niet weerstaan en plonzen erin. Ik plons er ook in, maar dat komt omdat ik uitglijd. Dus schoenen en sokken nat. Geeft niet, met dit warme weer zijn die zo droog. ’s Middags rijden we over de brug naar het vasteland, waar we terecht komen tussen de kuddes geiten en loslopende kippen. We eindigen weer op een strandje maar keren al snel bootwaarts, omdat het begint te regenen.
Ondertussen is de bestelde meter niet op de beloofde datum gearriveerd en moeten we het weekend afwachten. Als troost eten we in een echt Grieks restaurantje, waar alleen maar Grieken zitten te eten. Gelukkig voor de kinderen serveren ze ook Spaghetti Bolognese.
In Lefkas raak ik een beetje verslaafd aan de ijskoffie. Ik vind het heerlijk om koffie in deze koude vorm te drinken, nu het zo heet is. En ik ben niet de enige, want je ziet vele mensen op een terrasje met een glas ijskoffie voor zich. Je kunt verschillende soorten krijgen, maar ik vind de “Nescafe frappe” en de “capuccino freddo” het lekkerst.
De volgende dinsdag is onze meter eindelijk gearriveerd. Peter vervangt meteen de oude en de volgende ochtend vroeg varen we naar Kefalonia.
KIKILA-MAIL 17: Kefallonia , Meganisi en weer terug naar Corfu.
Datum : 7-06 t/m 21-06-2006 Laatste positie: 39°39’N 19°51’1E, Corfu, Gouvia Marina
Donkere wolken pakken zich samen, grote regendruppels kletteren op het dek, de wind trekt aan. Hollands weer op het Griekse Kefallonia. We liggen voor anker in Ay Eufimia, een aantrekkelijke baai aan de oostkant van het eiland. Hier willen we graag aan de kade gaan liggen, zodat we veilig een dagje het eiland kunnen gaan bekijken. Daarvoor moeten we achteruit naar de kade varen, de afstand inschatten, anker uit gooien, en langzaam doorvaren totdat de kont zo dicht bij de kade is dat we iemand de lijnen kunnen toegooien. Het klinkt heel gemakkelijk, maar omdat we zoiets nog nooit gedaan hebben zijn we extra voorzichtig.
En dat betekent wachten tot de wind is ingezakt. Naast ons ligt een heel aardig ouder Engels echtpaar voor anker. Zij varen ieder jaar vier maanden in deze contreien rond en hebben dus meer ervaring. We spreken af dat zij eerst naar de kade gaan en ons dan zullen helpen. Ook zij wachten tot de wind is afgenomen. Na twee dagen (en onrustige nachten) wordt het kalm. We wachten nog even rustig tot de charterboten zijn vertrokken en dan gaan we. Eerst de Engelsen en dan wij. Met hulp van de Engelse schipper leggen we keurig aan, vlakbij een trappetje, zodat we ook nog van boord kunnen gaan. We hebben namelijk geen loopplank. Via de dinghy stappen we op de trap en dan zo de kade op. Op steenworp afstand liggen vele restaurantjes met live muziek, maar dat nemen we voor lief. We liggen goed. Granny heeft inmiddels Fem en Anniek als kleinkinderen geadopteerd en komt met twee leuke presentjes aan. De dames maken een mooie tekening als dank.
De volgende dag huren we een auto en rijden het eiland rond. We bezoeken een ondergronds meer, Lake Melissani, de Drogkarati druipsteengrot en Argostoli, de hoofdstad. Daar duiken we het archeologisch museum in om even aan de hitte, die weer op volle sterkte terug is, te ontsnappen. Zo leren we nog wat over de eerste beschavingen die het eiland bevolkten.
We proberen een ferry te zoeken die ons naar het zuidelijkste eiland, Zakinthos, brengt.Daar willen we de zeeschildpadden bekijken. Omdat de meter nog steeds vreemd doet willen we er niet zelf naar toevaren. Helaas is het nog geen hoogseizoen en er vaart geen ferry rechtstreeks naar Zakinthos. We leggen ons erbij neer dat we daar geen zeeschildpadden zullen zien. Gelukkig hebben we er onderweg, midden op zee, een paar in levende lijve gezien.
We gaan weer terug richting Corfu. Als tussenstop ankeren we in een prachtig baaitje van het eiland Meganisi. Met uitzicht op de privé-eilandjes van de Onassisfamilie.
Voor het eerst brengen we een lijn naar de wal uit omdat we niet veel zwaairuimte hebben. Het kost Peter enige moeite om een geschikte boom te vinden.
Na veel gedoe (wat ruist daar in het struikgewas......) liggen we vast. Het is allemaal heel idyllisch, behalve de wespen.Dan gaan we via Lakka weer terug naar Corfu. Daar komt er (gebed zonder eind?) wederom iemand naar de meter kijken.
Nu alle andere potentiële defecten zijn geëlimineerd blijkt het 'm toch in de electrische bedrading te zitten. Peter verbetert de aansluitingen en vervangt nogmaals de olie.Ondertussen halen we de post op bij het postkantoor. Daar zijn voor ons dozen en enveloppen met verassingen gearriveerd. Verjaardagscadeau’s, Okki’s en Hollands beleg: we zijn er heel blij mee.
We raken bevriend met een ander Engels echtpaar met twee kinderen in de leeftijd van Femke en Anniek. Gezamenlijk brengen ze vele uren in het zwembad door. Wij eten spaghetti bij Steve en Fiona, zij drinken thee bij ons. Het is allemaal heel gezellig, maar dan is het voor ons tijd om te gaan en nemen we afscheid. Zij blijven nog in Griekenland en gaan dan richting Turkije.
Wij gaan naar de Adriatische Zee.
|